Volwassenenonderwijs
Handelsschool Schooljaar 2009 - 2010 Afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel
Centrumreglement
Welkom in ons centrum
Beste cursist
Het doet ons plezier dat je gekozen hebt voor ons Centrum voor
Volwassenenonderwijs Handelsschool met vestigingsplaatsen te Aalst,
Denderleeuw, Geraardsbergen en Opwijk.
Ons hele centrumteam zal zich dagelijks inzetten om jou optimaal te
begeleiden.
Terecht verwacht je van ons centrum goed onderwijs binnen een
respectvolle en een pluralistisch geïnspireerde omgeving.
Dit centrumreglement brengt je op de hoogte van het reilen en zeilen in ons
centrum en de rechten en plichten die de cursisten hebben.
Wij hopen dat jullie de gemaakte afspraken zullen naleven.
We hopen goed te kunnen samenwerken en we danken je voor het vertrouwen
dat je in ons centrumteam stelt.
Welkom in ons centrum!
Stany Meskens
directeur
Onze onderwijsvisie is vastgelegd in het Pedagogisch Project van het GO!
onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (PPGO). De onderwijsstrategie is
vastgelegd in de Strategische Beleidsnota 2007-2011. Beide documenten zijn
terug te vinden op www.g-o.be.
In het kader van het PPGO en de Strategische Beleidsnota 2007-2011 ontwikkelde
ons centrum haar eigen missie/visie/doelstellingen/centrumwerkplan.
Het PPGO heeft een pluralistische grondslag. Het beantwoordt aan de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Rechten van het Kind. Het
streeft de totale ontwikkeling van de persoon na en heeft daarbij oog voor de
optimale ontwikkeling van elke individuele cursist.
Ons pedagogisch project opteert voor een dynamisch mens- en
maatschappijbeeld en beoogt de vorming van vrije mensen. In de
ontwikkelingsbegeleiding van jongeren en volwassenen leggen wij de klemtoon én
op de mens als individu én op de mens als gemeenschapswezen.
De instellingen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zijn
democratisch. Daarom willen wij in onze centra een proces op gang brengen
waarbij alle belanghebbenden zich uitgenodigd en gestimuleerd voelen om
betrokken te worden bij het beleid en bij de uitvoering van de
beleidsbeslissingen.
Informatie, coördinatie en inspraak zijn fundamentele begrippen in de
beleidsvisie van het GO! in het algemeen en van ons centrum in het bijzonder.
Mee beslissen en mee verantwoordelijk zijn vinden wij in ons centrum belangrijk.
Dit blijkt duidelijk uit onze organisatie en onze werking die past in het complete
functioneren van het GO!.
1.2
Onze organisatiestructuur
1.2.1
Ons centrum
Ons centrumteam bestaat uit:
- de directeur: Stany Meskens
- de adjunct-directeurs: Barbara
Tollenaere, Jeroen D’Hondt, Aimé Bailly (vervangen wegens ziekteverlof door
Bart Heymans en Benni D’Hoe)
- de coördinatoren: talen: Barbara Tollenaere en informatica: Carla Nijs
specifieke taalcoördinatoren: Barbara Tollenaere (Portugees), Kathy
Arickx (Chinees en Japans), Marie-Christine Mahieu (Duits), Nathalie Doeraene
(Engels), Marciane Van der Hoeven (Frans), Charlotte Lannoy (Italiaans), Elke
Roels (Grieks), Caroline Pieters (Spaans), Benjamin De Mesel (Russisch),
Brecht-Oscar Leus (Zweeds), Barbara Tollenaere (NT2) en HBO: Jeroen D’Hondt
- het beleids- en ondersteunend personeel:
administratief medewerker, ICT-coördinator(en): Charlotte Lannoy (specifieke
organisatie centrumactiviteiten), Veronique Desmaele
(personeelsaangelegenheden), Georges Van Eeckhout en Bart Heymans
(ICT-coördinatoren), Kristel Ardyns, Gerlinde Desmet, Kenny Bomon, Linda
Lievens (administratief medewerkers), Karin Steenackers (rekenplichtige),
Martine Demonie (financieel medewerkster)
- het onderwijzend personeel (zie
bijlage 1)
1.2.2
GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
Uittreksel uit het Bijzonder Decreet betreffende
het Gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998 (BDGO).
Het Gemeenschapsonderwijs is een openbare instelling met
rechtspersoonlijkheid. Met uitsluiting van ieder ander orgaan zijn de
scholengroepen en de Raad van het Gemeenschapsonderwijs de inrichtende macht
van het Gemeenschapsonderwijs (cf. artikel 3 en 4 van het BDGO).
Het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap -
voorheen het Gemeenschapsonderwijs - is
de rechtspersoon. De scholengroep is een bestuursniveau en zijn raad van
bestuur een orgaan van het GO!.
Het GO! wordt geleid en beheerd vanuit drie
niveaus die elkaar aanvullen, maar die elk hun bevoegdheden hebben.
Op het lokale niveau worden scholen en centra bestuurd door een
directeur, bijgestaan door een adviserende schoolraad.
De schoolraad is samengesteld uit:
- 3
personeelsleden verkozen door en uit het personeel:
Desmaele Veronique
Provinciebaan 313
9620 Zottegem
0478/648 848
Heymans Bart
Sint-Gillislaan
15
9200 Dendermonde
052/211 637
Nijs Carla
Grotekapellelaan 103
9340 Lede
053/62 26 03
- 2
gecoöpteerde leden uit de lokale sociale, economische en culturele milieus
Herman Parset
Brusselstraat 118, 1740 Ternat
02/582 35 82 – GSM 0498/85 42 46
William De Cock
Eikstraat 15
9300 Aalst
053 70 55 30
- 3 verkozenen
door en uit de meerderjarige cursisten:
Eddy Van de Velde
Biekorfstraat 107, 9300 Aalst
053/41 07 19 – GSM 0485/31 74 33
De Pelsmaeker Karina
Pleemstraat 27A
9450 Haaltert
053/83 43 23
Soenens Vera
Nelekouter 16
9620 Zottegem
0472/45 93 50
Ook de directeur
maakt er deel van uit.
Stany Meskens
Turfputstraat 102
9290 Berlare
053/70 89 45
Op het tussenniveau zijn er scholengroepen gevormd, met heel wat
bevoegdheden. Zij worden bestuurd door:
- een
algemene vergadering;
- een raad
van bestuur;
- een
algemeen directeur;
- een
college van directeurs.
Ons CVO behoort tot scholengroep 19 Dender
Welvaartstraat 70/4
9300 Aalst
www.scholengroepdender.be
Algemeen directeur: Firmin Verbrugge
p/a Welvaartstraat 70/4
9300 Aalst
Tel 053 / 76.91.40
Fax 053 / 76.91.41
e-mail: sgr19@g-o.be
Op het centrale niveau zijn de Raad van het GO! onderwijs van de Vlaamse
Gemeenschap en de afgevaardigd bestuurder bevoegd.
De Raad is onder meer bevoegd voor het opstellen van de
neutraliteitsverklaring, de verklaring van gehechtheid aan het GO!, het
uitwerken van een algemeen strategisch plan, het opstellen van het pedagogisch
project, het opstellen van de leerplannen en het vastleggen van de algemene
bouwplanning.
Contactgegevens
Het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
Alhambra-gebouw
Emile Jacqmainlaan 20
1000 Brussel
Telefoon: 02 790 92 00
Fax: 02 790 92 01
E-mail: info@g-o.be
Website: http://www.g-o.be
1.2.3
Opleidingsaanbod
Zie bijlage 2: uurroosters
1.2.4
Vestigingsplaatsen
- CVO Handelsschool, Keizersplein 19, 9300 Aalst
- Huis Van Het Nederlands, Meuleschettestraat 32, 9300 Aalst
- KTA1, Welvaarstraat 70, 9300 Aalst
- CC De Werf, Molenstraat 51, 9300 Aalst
- Middenschool Denderleeuw, De Nayerstraat 11A, 9470 Denderleeuw
- ’t Koetshuis, Stationsstraat 7, 9470
Denderleeuw
- ’t Kasteeltje, Stationsstraat 7, 9470
Denderleeuw
- KCD, Collegestraat 19, 9470 Denderleeuw
- KA Geraardsbergen, Papiermolenstraat 103,
9500 Geraardsbergen
- Oud-rustoord, Kloosterstraat 81, 1745
Opwijk
In ons centrum wordt veel belang gehecht aan de participatie van allen
die bij het centrum betrokken zijn. Daarom bestaat er voor iedere geleding een
participatieorgaan.
-
Het LOC
Dit
comité is een wettelijk verplicht op te starten adviesorgaan.
Barbara Tollenaere, Bart Heymans, Veronique
Desmaele, Jeroen D’Hondt en Stany Meskens maken er deel van uit.
-
De schoolraad
Eddy Van de Velde
Biekorfstraat 107, 9300 Aalst
053/41 07 19 – GSM 0485/31 74 33
De Pelsmaeker Karina
Pleemstraat 27A
9450 Haaltert
053/83 43 23
Desmaele Veronique
Provinciebaan 313
9620 Zottegem
0478/648 848
Heymans Bart
Sint-Gillislaan 15
9200 Dendermonde
052/211 637
Nijs Carla
Grotekapellelaan 103
9340 Lede
053/62 26 03
Soenens Vera
Nelekouter 16
9620 Zottegem
0472/45 93 50
Herman Parset
Brusselstraat 118, 1740 Ternat
02/582 35 82 – GSM 0498/85 42 46
William De Cock
Eikstraat
9300 Aalst
053/70 55 30
Deze wordt verplicht samengesteld. De duur van
het mandaat is twee jaar.
Verder werkt het centrumteam samen met de leden
van de Pedagogische Begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs.
2.1 Toelatingsvoorwaarden
Een
Centrum voor Volwassenenonderwijs schrijft zonder onderscheid elke cursist in
voor de opleiding die hij/zij wil volgen. Cursisten worden ingeschreven in de
volgorde dat ze zich bij het centrum in orde stellen met de
inschrijvingsvoorwaarden:
- voldoen
aan de toelatingsvoorwaarden (zie verder);
- het
inschrijvingsgeld betaald hebben of hiervan rechtmatig vrijgesteld zijn;
- zich
akkoord verklaard hebben met het centrumreglement;
- zich
akkoord verklaard hebben met het agogisch project van het centrum.
Indien nodig kan het centrum wachtlijsten
aanleggen.
Verdere modaliteiten: Een inschrijving voor een cursus in ons CVO is pas geldig nadat aan alle
inschrijvingsvoorwaarden voldaan is. Dit houdt in dat de cursist het
bewijs levert dat hij over de nodige voorkennis beschikt, door bij de
inschrijving de nodige attesten en/of diploma’s voor te leggen, of te slagen
voor een toelatingsproef. Tevens dient hij de aan de betalingsmodaliteiten te
hebben voldaan. Tijdens de inschrijving via overschrijving of bancontact op het
secretariaat wordt aan iedere cursist een inschrijvingsbewijs overhandigd,
ondertekend door een centrumverantwoordelijke en voorzien van een originele
stempel van ons volwassenenonderwijs. Het vermeldt de naam en voornaam van de
cursist, de afdeling, het niveau en de klas waarvoor de cursist ingeschreven
is, alsook het bedrag van het te betalen cursusgeld. De cursist moet het
originele inschrijvingsbewijs op vraag kunnen voorleggen. Op het inschrijvingsformulier
worden alle gegevens vermeld zoals vereist door de centrale cursistenbank van
het departement Onderwijs.
2.1.1 Secundair volwassenenonderwijs
Om toegelaten
te worden tot een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, moet een
cursist voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. Dit betekent dat de cursist
op het ogenblik van zijn inschrijving 16 jaar is of 15 jaar en de eerste twee leerjaren van het voltijds
secundair onderwijs heeft gevolgd.
Het is mogelijk om toegelaten te worden tot de
opleidingen Nederlands tweede taal indien je niet beschikt over een
studiebewijs NT2. De organisatie en coördinatie van de intake,
testing en doorverwijzing van cursisten die voor inschrijving niet beschikken
over een studiebewijs NT2 gebeurt door de Huizen van het Nederlands. De
toelatingsproeven worden afgenomen door het centrum.
Tot de opleidingen Nederlands tweede taal van
het studiegebied NT2 kunnen ook 12- tot 16-jarige leerlingen uit het voltijds
secundair onderwijs toegelaten worden. Voor deze cursisten gelden specifieke
toelatingsvoorwaarden:
-
de leerling neemt op vrijwillige basis deel;
-
de leerling volgt de opleiding buiten de
lesuren van de school voor secundair onderwijs;
-
de school voor secundair onderwijs levert aan
de leerling een attest af waarin ten minste volgende elementen zijn opgenomen:
• een
omschrijving van de taalachterstand van de leerling in functie van de opleiding
die de leerling in het secundair onderwijs volgt;
• de
contactgegevens van de persoon die door de school voor secundair onderwijs
wordt aangeduid voor de opvolging van de modules of de opleiding waarvoor de
leerling binnen het centrum is ingeschreven.
Dit attest wordt bij inschrijving toegevoegd
aan het cursistendossier van de leerling, zoals opgemaakt door het organiserende
Centrum voor Volwassenenonderwijs.
Het Centrum voor Volwassenenonderwijs
contacteert de contactpersoon van de school voor secundair onderwijs indien
nodig, bijvoorbeeld bij vroegtijdige stopzetting of bij stagnerende
leervorderingen.
2.1.2 Hoger
beroepsonderwijs
Om toegelaten te worden tot een opleiding van
het hoger beroepsonderwijs moet een cursist voldaan hebben aan de deeltijdse
leerplicht. Dit betekent dat de cursist op het ogenblik van zijn inschrijving
18 jaar is. Indien de inschrijving plaatsvindt tussen 1 september en 31
december, dan moet de cursist 18 worden vóór 31 december van hetzelfde
kalenderjaar.
Daarenboven moet de cursist beschikken over
een van volgende studiebewijzen:
-
een studiegetuigschrift van het tweede
leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
-
een diploma van het secundair onderwijs;
-
een certificaat van een opleiding van het
secundair onderwijs voor sociale promotie van minimum 900 lestijden;
-
een certificaat van een opleiding van het
secundair volwassenenonderwijs van minimum 900 lestijden;
-
een diploma van het hoger onderwijs voor
sociale promotie;
-
een diploma van het hoger beroepsonderwijs;
-
een diploma van het hoger onderwijs van het
korte type met volledig leerplan;
-
een diploma van bachelor of master;
-
een studiebewijs dat krachtens een wettelijke
norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend
als gelijkwaardig met een van de voorgaande diploma's. Bij ontstentenis van een
dergelijke erkenning kan het centrumbestuur personen die in een land buiten de
Europese Unie een diploma of een getuigschrift hebben behaald dat toelating
geeft tot het hoger professioneel onderwijs dan wel het academisch onderwijs in
dat land, toelaten tot de inschrijving voor een opleiding hoger beroepsonderwijs.
Specifieke toelatingsvoorwaarden voor het hoger beroepsonderwijs
In afwijking van de algemene
toelatingsvoorwaarden voor het hoger beroepsonderwijs kan een centrumbestuur in
zijn centrumreglement afwijkende toelatingsvoorwaarden opnemen. De afwijkende
toelatingsvoorwaarden kunnen enkel rekening houden met de volgende elementen:
- humanitaire
redenen;
- medische,
psychische of sociale redenen;
- het algemene
niveau van de cursist, getoetst met een door het centrumbestuur georganiseerde
toelatingsproef.
Met
uitzondering van de reeds vermelde toelatingsvoorwaarden kan een CVO geen
aanvullende toelatingsvoorwaarden opleggen aan een cursist om toegelaten te
worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende
organisatie of een niet-sequentieel geordende module. Deze bepaling geldt
eveneens voor het aanvangsleerjaar van een lineaire opleiding.
In afwijking
van bovenstaande bepaling moet een cursist om toegelaten te worden tot de
aanvangsmodule van een opleiding vanaf richtgraad 2 van het studiegebied
Nederlands tweede taal, talen richtgraad 1 en 2 en talen richtgraad 3 en 4, met
uitzondering van de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 4, Deens
richtgraad 4, Duits richtgraad 4, Engels richtgraad 4, Frans richtgraad 4,
Italiaans richtgraad 4, Portugees richtgraad 4, Spaans richtgraad 4 en Zweeds
richtgraad 4, kunnen aantonen dat hij de basiscompetenties behaald heeft
van de opleiding van het niveau van de voorgaande richtgraad.
2.1.4 Toelatingsvoorwaarden sequentieel geordende module
Om als cursist toegelaten te worden tot een
sequentieel geordende module van een opleiding, moet voldaan worden aan één van
de volgende voorwaarden:
-
de cursist beschikt
over het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module in een
leertraject;
-
de cursist beschikt over een welbepaald attest of
certificaat van een andere opleidings- of vormingsinstelling;
-
de cursist beschikt over een welbepaalde titel van
beroepsbekwaamheid;
-
de directeur oordeelt dat de cursist beschikt over een
diploma, certificaat of getuigschrift uit het onderwijs of een attest of
certificaat uit een andere opleidings- of vormingsinstelling waaruit blijkt dat
de cursist over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt om de
module aan te vangen;
-
de directeur oordeelt op basis van een toelatingsproef
dat de cursist de nodige ervaring heeft verworven die hem toelaat de module te
volgen.
2.1.5 Specifieke toelatingsvoorwaarde voor lineaire opleidingen
Niet van toepassing wegens alle opleidingen
modulair georganiseerd.
2.1.6 De toelatingsproef
De toelatingsproef wordt uiterlijk de vijfde
dag vóór het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd en gaat na of de
cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de module
in kwestie aan te vangen. De directeur van het centrum kan de organisatie van
een toelatingsproef op verzoek van de cursist niet weigeren.
De directeur van het centrum maakt op basis
van de resultaten van de toelatingsproef een beoordeling op in de vorm van een
schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de cursist.
De student dient zich persoonlijk aan aan de
inschrijfbalie van de respectievelijke vestigingsplaatsen:
CVO Handelsschool Aalst, maandag t.e.m.
donderdag van 16u30 tot 21u.
Middenschool Denderleeuw, maandag en
woensdag van 18u tot 20u.
KA Geraardsbergen, dinsdag en woensdag van
18u. tot 20u.
NT2 data en tijdstippen ad valvas
bekendgemaakt
Toelatingsproeven voor Opwijk worden in
Aalst afgenomen.
2.2 Inschrijvingen
Je kan je inschrijven door je persoonlijk aan te bieden op het
secretariaat. Indien je jonger bent dan 18 jaar, ben je vergezeld door één van
je ouders.
Aan een nieuwe cursist vragen wij bij de inschrijving:
- een geldig
identiteitsbewijs;
- de
getuigschriften en attesten die vroeger werden behaald;
- kwitanties
van betalingen van inschrijvingsgeld of andere bewijsstukken ter staving van de
vrijstelling of vermindering van inschrijvingsgeld;
- eventueel:
vrijstellingsdossier;
- eventueel:
een aanvraag voor educatief verlof.
Zoals reeds vermeld worden de cursisten ingeschreven in de volgorde dat
ze zich bij ons CVO in orde stellen met de inschrijvingsvoorwaarden:
- voldoen
aan de toelatingsvoorwaarden;
- het
inschrijvingsgeld betaald hebben of hiervan rechtmatig vrijgesteld zijn;
- zich
akkoord verklaard hebben met het centrumreglement;
- zich
akkoord verklaard hebben met het agogisch project van het centrum.
Op basis van deze informatie kunnen wij het administratieve dossier
volledig in orde brengen. Op die manier zijn wij ervan verzekerd dat wij in de
toekomst correct ingevulde diploma’s, certificaten, deelcertificaten, getuigschriften
of attesten kunnen afleveren.
Een inschrijving is persoonlijk. Bij inschrijving ontvang je een inschrijvingsbewijs.
Breng tijdens de eerste les steeds je inschrijvingsbewijs mee. De docent zal er
naar vragen om je toe te laten tot de les.
Als voldaan is aan
de vereisten m.b.t. de noodzakelijke voorkennis en als er nog cursisten kunnen
aangenomen worden, is een wijziging van afdeling en eenheid toegelaten tot de
dag vóór het derde geplande lesmoment voor het secundair onderwijs voor sociale
promotie en vóór de zesde cursusdag voor het hoger onderwijs voor sociale
promotie.
2.3.1 Uitschrijven
Wie een cursus wenst stop te zetten waarschuwt zo snel
mogelijk het secretariaat. Het inschrijvingsgeld is
terugvorderbaar tot 2 weken na de inschrijving van de opleiding. Voor de
opleidingen boekhouden, meertalig secretariaat is het inschrijvingsgeld terugvorderbaar
tot 3 weken na de inschrijving voor de opleiding.
Om geldig te annuleren,
biedt de cursist zich tijdens de openingsuren met het originele ontvangstbewijs
aan op het secretariaat. Hij vult hiertoe het document “aanvraag tot annulatie”
in, dat noodzakelijk is om eventueel terugbetaald te worden. Bij een annulatie
zal het bedrag van €15 annulatiekosten per cursus worden ingehouden.
2.3.2 Annulatie
Indien een cursus door de
school wordt afgelast en de cursist onmogelijk op een ander tijdstip de cursus
kan volgen of wanneer de cursist ingeschreven is in een cursus waarvoor hij de
vereiste voorkennis niet bezit, wordt het cursusgeld integraal terugbetaald na
het overhandigen van het originele ontvangstbewijs.
Bij het tijdelijk
opschorten van een cursus wegens overmacht kan geen cursusgeld of een gedeelte
ervan gerecupereerd worden.
2.4
Bijdrageregeling
Het bij inschrijving te betalen bedrag bestaat uit:
-
Inschrijvingsgeld: zie bijlage 3 prijslijsten
-
Cursusmateriaal: zie bijlage 3 prijslijsten
Met betrekking tot het boekengeld wordt een
handling-stockagekost van maximum 5% op het totale aankoopbedrag van de boeken
verrekend.
De betaling gebeurt contant (enkel voor
opleidingen NT2), via Bancontact, via overschrijving of met opleidingscheques voor
werknemers (www.vdab.be/opleidingscheques).
Ons centrum is erkend in
het kader van de opleidingscheques voor werknemers en werkgevers (BEA). Het
bedrag van de opleidingscheques mag het bedrag van het inschrijvingsgeld +
verbruiksgoederen + handboeken niet overschrijden.
Opleidingscheques moeten binnengebracht worden uiterlijk op 19 oktober 2009
voor de eerste module (september – januari). Van de tweede module (februari –
juni) dienen deze te worden binnengebracht uiterlijk op 1 maart 2010.
Een cursist betaalt per schooljaar een maximum van 400
euro per opleiding. Wanneer de cursist tijdens een bepaald schooljaar meerdere
opleidingen volgt, dan betaalt hij per gevolgde opleiding een maximum van 400
euro. De plafonnering per schooljaar is niet overdraagbaar naar een ander
centrum.
Een cursist betaalt per opleiding een maximum van 1.200
euro. Deze plafonnering is gedurende 4 schooljaren geldig en overdraagbaar naar
een ander centrum.
De bewijslast voor de toepassing van de plafonnering
per schooljaar en per opleiding berust bij de cursist. Het centrum is eraan
gehouden om bij inschrijving steeds een betalingsbewijs te overhandigen aan de
cursist.
Volgende cursisten genieten van een vrijstelling van betaling
van het inschrijvingsgeld mits het voorleggen van een attest ter staving dat
niet ouder is dan een maand op de dag van inschrijving:
-
zij die ingeschreven zijn voor een opleiding in het
studiegebied algemene vorming;
-
zij die op het moment van hun inschrijving materiële
hulp genieten zoals bedoeld in de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang
van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen;
-
zij die op het moment van hun inschrijving een inkomen
verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon of die ten laste
zijn van de voormelde categorieën;
-
zij die op het moment van hun inschrijving als
gedetineerde verblijven in één van de Belgische strafinrichtingen;
-
de bepaling die refereert naar deelname aan het
secundair volwassenenonderwijs in het kader van samenwerking tussen een Centrum
voor Deeltijds Beroepssecundair
Onderwijs en het CVO vervalt (zie OD XVIII)
-
zij die inburgeraar zijn en een inburgeringscontract
hebben ondertekend of een attest van inburgering hebben behaald voor een
opleiding NT2 richtgraad 1 en
-
zij die op het moment van hun inschrijving nog niet
voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht;
-
zij die op het moment van hun inschrijving een inkomen
verwerven via een wachtuitkering of een werkloosheidsuitkering voor een
opleiding die gevolgd wordt in het kader van een door de VDAB erkend traject
naar Werk;
-
de niet-werkende, verplicht ingeschreven werkzoekenden
die op het moment van hun inschrijving nog geen recht op een wachtuitkering
hebben verworven.
Volgende cursisten betalen een verminderd
inschrijvingsgeld van € 0,50:
-
cursisten die ingeschreven zijn voor een opleiding in
het studiegebied NT2.
Volgende cursisten betalen een verminderd
inschrijvingsgeld van € 0,25. Het betreft cursisten die op het moment van hun
inschrijving:
-
een inkomen verwerven via een wachtuitkering of een
werkloosheidsuitkering voor andere opleidingen dan die uit de studiegebieden
algemene vorming, NT2 opleiding NT2 richtgraad 1 en 2 als inburgeraar, NT2 als cursist
secundair onderwijs of ten laste zijn van die categorieën;
-
in het bezit zijn van één van de volgende attesten of
ten laste zijn van voormelde categorieën:
• een attest,
uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een arbeidsongeschiktheid van ten
minste 66% blijkt;
• een attest waaruit
het recht blijkt op een integratietegemoetkoming aan gehandicapten;
• een attest waaruit de
inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap blijkt.
-
gedurende 2 opeenvolgende schooljaren opleiding
gevolgd hebben in een Centrum voor Basiseducatie gedurende ten minsten 120
lestijden en dit voorafgaand aan het schooljaar van inschrijving in ons CVO.
Volgende cursisten betalen maximaal 15 euro per
evaluatieperiode: personen die in het studiegebied algemene vorming in ons CVO
geen lessen hebben gevolgd en waarvoor ons CVO evaluaties afneemt.
Cursisten die afstandsonderwijs gevolgd hebben en die
geëvalueerd worden betalen hiervoor maximaal 15 euro per evaluatieperiode.
Wie (gedeeltelijk)
vrijgesteld is van cursusgeld dient de vereiste attesten voor te leggen op het
ogenblik van de inschrijving.
Cf. supra (bijlage 3).
2.5 Premies
Aan cursisten
die het diploma secundair onderwijs behaald hebben, wordt een premie toegekend
die gelijk is aan het inschrijvingsgeld dat de cursist voor deze opleiding
heeft betaald. Het gaat hierbij meer bepaald om de opleidingen economie-moderne
talen, economie-wiskunde, humane wetenschappen ASO3, moderne
talen-wetenschappen, moderne talen-wiskunde en wetenschappen-wiskunde van het studiegebied
algemene vorming. Deze regeling is ook van toepassing op de opleiding
aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat van een door de
Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair
volwassenenonderwijs.
Aan cursisten
die het certificaat behaald hebben van een opleiding, vermeld in bijlage IX van
het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende de
studiebekrachtiging in het volwassenenonderwijs, wordt een premie toegekend die
gelijk is aan 50 procent van het inschrijvingsgeld dat hij voor deze opleiding
heeft betaald.
Voor het
bepalen van deze premie wordt het inschrijvingsgeld in rekening gebracht dat de
cursist betaald heeft, rekening houdend met de volledige of gedeeltelijke
vrijstelling van inschrijvingsgeld waarvan de cursist heeft genoten.
Om een premie
te verkrijgen, moet de cursist een aanvraagdossier indienen bij de afdeling
Volwassenenonderwijs, schoolbeheer volwassenenonderwijs, secretariaat
Dit aanvraagdossier bestaat uit:
- een ingevuld
aanvraagformulier (zie http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3833.doc);
- een kopie van
het behaalde diploma of certificaat;
- de originele
bewijsstukken van het inschrijvingsgeld dat de cursist voor de opleiding in
kwestie heeft betaald, uitgereikt door het centrum of de centra waar de cursist
de opleiding geheel of gedeeltelijk heeft gevolgd. Op de betalingsbewijzen moet
het aantal lestijden van de gevolgde opleidingsonderdelen vermeld worden.
De cursist
kan uiterlijk één jaar na het uitreiken van het diploma of certificaat een
premie aanvragen. Hierbij wordt rekening gehouden met de datum vermeld op het
diploma of certificaat.
De afdeling Volwassenenonderwijs informeert
de cursist na uiterlijk 45 kalenderdagen of het aanvraagdossier voldoet aan de
voorwaarden voor het verkrijgen van een premie. Indien dit het geval is,
informeert de afdeling Volwassenenonderwijs de cursist ook over de betalingstermijn
waarbinnen de premie zal worden uitbetaald.
2.6 Vrijstellingen
Een evaluatiecommissie kan op basis van een vrijstellingsproef
of van studiebewijzen van gevolgde opleidingen of van ervaring (EVK/EVC)
vrijstelling verlenen van evaluaties. De vrijstelling kan zowel betrekking
hebben op het volgen van lessen als op de evaluatie of een gedeelte van de
evaluatie. Het betekent mogelijks een studieverkorting.
De aanvraag tot vrijstelling (= schriftelijke motivatie en dossier met stavende
stukken) moet ingediend worden bij Stany Meskens. Op aanvraag kan de cursist
een afschrift van het ondertekende vrijstellingsattest bekomen.
2.7 Regelmatige cursist
Een regelmatige cursist heeft recht op het behalen van het betreffende
studiebewijs. Om regelmatig te zijn
dient de cursist 50% van het totale aantal ingerichte lestijden te hebben
bijgewoond. Hiervan kan enkel afgeweken worden op voorlegging van medische
attesten, werkgeversattesten en andere attesten die aanvaard kunnen worden als
wettelijk erkend conform de bepalingen vervat in de gewettigde afwezigheden van
het educatief verlof.
2.8 Vrije cursist
Wie niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden kan aan de directeur
toelating vragen om de betreffende opleiding als vrije cursist te volgen.
Indien de directeur dit toestaat moet de cursist voor de cursus het volledige inschrijvingsgeld
en het cursusmateriaal betalen.
2.9 Weigering tot inschrijven
Het centrum kan
weigeren om een cursist die definitief uitgesloten werd, het volgende en het
daaropvolgende schooljaar in te schrijven in het centrum.
2.10
Aanwezigheid/afwezigheid
De aanwezigheden
worden door de leraar opgetekend bij aanvang van de les.
Het is belangrijk om afwezigheden te verantwoorden aan de hand van
wettigingattesten van dokter of werkgever (onder meer in functie van
inburgering en betaald educatief verlof).
In principe mag van een ingeschreven cursist verwacht
worden dat hij maximaal participeert aan de opleiding. Er kunnen echter
omstandigheden zijn die een cursist verhinderen aanwezig te zijn. In principe
wordt elke afwezigheid gestaafd.
Een doktersattest
moet in principe een vrijstelling om medische redenen staven.
Alle afwezigheden om medische redenen moeten
worden gewettigd:
- wanneer de
cursist terug op het CVO komt;
- door het attest
onmiddellijk aan het CVO te bezorgen als het een periode van meer dan 10
opeenvolgende lesdagen betreft.
Het medisch attest is pas rechtsgeldig als
het:
- uitgereikt
wordt door een geneesheer, geneesheerspecialist, een psychiater, een
orthodontist, een tandarts of door de administratieve diensten van een
ziekenhuis of van een erkend labo;
- duidelijk
ingevuld, ondertekend en gedateerd is;
- de
relevante identificatiegegevens vermeldt zoals de naam, het adres,
telefoonnummer en RIZIV-nummer van de verstrekker;
- aangeeft
wat de gevolgen zijn van de ziekte voor bepaalde lessen;
- de begin-
en de einddatum aangeven van de ziekteperiode, met in desbetreffend geval de
vermelding van voor- of namiddag.
Van rechtswege gewettigde afwezigheden op basis van diverse redenen
De afwezigheid om één van aangegeven redenen
mits overhandiging aan het centrum van, naargelang van het geval, een
verklaring van de betrokken personen of een officieel document dat de reden van
de afwezigheid opgeeft:
- om een
familieraad bij te wonen;
- om een
begrafenis of huwelijksplechtigheid bij te wonen van een bloed- of aanverwant
of van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de cursist;
- als het
centrum door overmacht onbereikbaar of ontoegankelijk is;
- om voor de
rechtbank te verschijnen na een oproeping of een dagvaardiging;
- als gevolg
van maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de
jeugdbescherming;
- om
feestdagen te beleven die inherent zijn aan de levensbeschouwelijke overtuiging
van de cursist.
Ons gehele aanbod binnen ons CVO komt
in aanmerking voor educatief verlof.
Wie documenten voor educatief verlof wenst, meldt dit op het ogenblik van de
inschrijving.
Alle opleidingen die recht geven op educatief verlof kunnen 100 uren betaald
educatief verlof per jaar opleveren wanneer de lessen niet samenvallen met de
normale arbeidstijd, of 105 uren betaald educatief verlof wanneer de lessen
samenvallen met de normale arbeidstijd.
Formaliteiten
- Informeer vooraf of
je werkgever bereid is educatief verlof te verlenen.
De nodige documenten worden op het moment van de inschrijving aangemaakt op
vraag van de cursist. Het bewijs van inschrijving (1e document) moet
bij de werkgever ingediend worden binnen de 14 dagen na de start van de cursus.
- Registratie van aanwezigheid
Aanwezigheden worden geregistreerd in een door het
centrum ter beschikking gesteld aanwezigheidsboekje dat nauwgezet en correct
dient ingevuld te worden door de leerkracht. Het niet naleven hiervan door de leerkracht
leidt tot strenge sancties.
- Afwezigheid wettigen
Voor educatief verlof moet elke afwezigheid gewettigd worden.
Dit kan enkel omwille van:
• ziekte van de cursist
of familielid onder hetzelfde dak wonend, met een medisch attest;
•
arbeidsprestaties tijdens de opleidingsuren bewezen
door verklaring van de werkgever;
•
staking van het openbaar vervoer;
•
uitzonderlijke weersomstandigheden;
•
staking of ziekte leraar;
• sluiting
onderwijsinstelling.
Wettigingattesten worden zo spoedig mogelijk afgegeven
op het secretariaat.
Indien een cursist meer dan 10% van het aantal lestijden ongewettigd afwezig
was, wordt hij/zij gedurende 6 maanden geschorst voor het opnemen van educatief
verlof. De cursist ontvangt bij
afgifte van dit attest een ontvangstbewijs.
- Attest van
nauwgezette aanwezigheid
Dit attest wordt door het secretariaat opgesteld na controle van de
aanwezigheidsregisters en opgestuurd onder omslag. Het attest van nauwgezette
aanwezigheid moet zo snel mogelijk aan de werkgever worden bezorgd.
Wanneer educatief verlof opnemen?
Het educatief verlof moet opgenomen worden voor de
einddatum van een cursus.
Cursus stopzetten
Wie een cursus stopzet meldt dit onmiddellijk aan het
secretariaat en krijgt een attest van de reeds gevolgde uren. Wie dit niet
meldt is ongewettigd afwezig voor de rest van de cursus en wordt gedurende 6
maanden geschorst voor het opnemen van educatief verlof.
Meer info
Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid
Dienst Betaald Educatief verlof
Belliardstraat 51
1040 Brussel
Tel 02/233 47 30
www.meta.fgov.be
of bij onze medewerker Kristel Ardyns: ardyns.kristel@skynet.be p/a Keizersplein 19,
9300 Aalst.
2.12 Documenten laten invullen
Alle documenten die door het CVO
moeten opgesteld of ingevuld worden (kinderbijslag, studietoelage, vrijstelling
stempelcontrole, attest van inschrijving en/of regelmatige aanwezigheid, …)
worden aan het secretariaat afgegeven.
Indien mogelijk worden ze onmiddellijk ingevuld door de administratief
medewerker en getekend door de directeur, behoudens delegatie aan één van de
administratieve medewerkers of de rekenplichtige. In andere gevallen kunnen de
documenten op een later tijdstip afgehaald worden of zullen ze toegestuurd
worden onder omslag.
2.12.1 Kinderbijslag
Indien de cursist jonger is dan 25
jaar en ten laste is van één van de ouders, kunnen de ouders onder bepaalde
voorwaarden nog genieten van kinderbijslag.
Hiervoor moet het formulier P7 ingevuld te worden, dat normaal gezien naar de
ouders wordt toegestuurd tijdens de maand september
of oktober (wanneer het schooljaar voordien ook kinderbijslag werd getrokken en
het kind zich ondertussen niet inschreef als werkzoekende of in dienst trad bij
een werkgever) of dat aangevraagd moet worden aan een kinderbijslagfonds (wanneer
het niet automatisch werd toegestuurd of wanneer het schooljaar voordien geen
kinderbijslag werd getrokken).
Om recht te
hebben op kinderbijslag moet de cursist ingeschreven zijn voor gemiddeld
minstens 17 lesuren per week en regelmatig aanwezig zijn. Hierin kunnen ook
maximaal 4 lesuren per week zelfstudie in het Open Leercentrum vervat zijn. Voor
graduaatopleidingen moet de cursist ingeschreven zijn voor gemiddeld minstens 17
lesuren per week en regelmatig aanwezig zijn.
Alle vragen hieromtrent kunnen gesteld worden
aan het kinderbijslagfonds waarbij de ouders aangesloten zijn of aan:
Rijksdienst voor Kinderbijslag
Trierstraat
70
1040 Brussel
02 237 21 22
http://www.rkw.be/Nl/index.php
2.12.2 Vrijstelling van stempelcontrole
Bij het begin van een opleiding kan aan de RVA vrijstelling
van stempelcontrole gevraagd worden, om toestemming te verkrijgen om tijdens de
dag les te volgen.
Hiertoe moet men bij de RVA of bij de betalingsinstelling
formulieren C 94A en C 98 bekomen die op uw CVO worden ingevuld. Deze
formulieren kunnen ook gedownload worden op:
www.rva.be/D_Egov/Formulieren/Fiches/C94A/FormNL.pdf en
www.rva.be/D_Egov/Formulieren/Fiches/C98/FormNL.pdf
Om recht te hebben op vrijstelling van stempelcontrole moet
de cursist minimum 1 jaar volledig uitkeringsgerechtigde werkloos zijn,
ingeschreven zijn voor minstens 20 lesuren per week gegeven vóór 17 uur en
regelmatig aanwezig zijn. De RVA kan echter nog andere criteria aanwenden om
een vrijstelling toe te staan of te weigeren. De vakorganisatie, de VDAB en de
RVA kunnen daar meer informatie over geven.
Formulier C 94A (aanvraag tot vrijstelling van
stempelcontrole) wordt bij het begin van de opleiding ingevuld door de cursist
en het centrum, en ingediend bij de RVA of de betalingsinstelling met een kopie
van alle inschrijvingsfiches. Enkele weken later krijgt de cursist bericht van
de RVA of de vrijstelling werd toegekend.
Formulier
C 98 (maandelijks attest van aanwezigheid) kan de laatste dag van elke maand op
het cursistensecretariaat ingevuld worden. Het bevestigt de regelmatige
aanwezigheid en moet zo snel mogelijk aan de RVA of de betalingsinstelling
bezorgd worden samen met de witte stempelkaart, zodat de eventuele uitkering
uitbetaald kan worden.
2.12.3 Studietoelage
Voor het volwassenenonderwijs wordt in geen enkel geval een
studietoelage toegekend.
Aanvragen worden dus niet ingevuld, aangezien zij steeds tot een negatief
resultaat leiden.
2.13 Studiebewijzen
De opleidingen van het CVO volgen een leerplan en een
structuurschema die werden goedgekeurd door het Departement Onderwijs van het
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Zij leiden bijgevolg tot een
studiebewijs dat erkend wordt door de Vlaamse Gemeenschap.
Attesten en deelcertificaten worden kort na het
afsluiten van de module opgemaakt en worden toegestuurd of tijdens de
jaarlijkse proclamatie afgehaald.
Wanneer alle modules van een opleiding werden doorlopen en behaald, wordt een
diploma of een certificaat van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt.
Alle studiebewijzen van de Vlaamse Gemeenschap zijn voorzien van de officiële droogstempel
van het CVO en de handtekening van de directeur van het centrum (of zijn/haar
gemandateerde).
De cursist dient zelf nog zijn ontvangen studiebewijzen te voorzien van
haar/zijn handtekening.
2.14
Vakantieregeling
en lesspreiding
Zie bijlagen 4
2.15
Privacy
Overeenkomstig de
wet op de privacy worden door het CVO geen gegevens doorgespeeld voor
commerciële doeleinden.
Het dragen van kentekens die de neutraliteit van het GO! schaden is
streng verboden. In het
CVO mag niets worden
geafficheerd of mogen geen bijeenkomsten worden gehouden tenzij
met toelating van de
directie. Zonder toestemming is het eveneens verboden geld in te
zamelen of publiciteit te
maken.
3.2
Lokalen
De lokalen
worden achtergelaten in dezelfde opstelling als bij de aanvang van de les.
Eten en drinken, alsook het gebruik van GSM, i-pod en mp3 speler zijn
niet toegelaten in de leslokalen.
In de
informaticalokalen
Kopiëren van software is principieel verboden.
Er mag geen enkele wijziging aan de configuratie van de computers aangebracht
worden zonder voorafgaande toestemming van de leerkracht. Wie dit toch doet,
kan definitief uit de lessen verwijderd worden.
De toestellen worden enkel verplaatst na toestemming en onder toezicht van de
leerkracht. Men draagt er zorg voor dat de nodige beschermingsmaatregelen
worden getroffen.
Cursisten hebben onder geen enkele voorwaarde toegang tot het serverlokaal. Zij
mogen de instellingen aan servers niet wijzigen. Wijzigingen aan server, hard-
en software gebeuren enkel door de netwerkbeheerders of de aangewezen personen.
3.3 Roken
Het is absoluut verboden te roken in de gebouwen van alle campussen van
het CVO.
Je kan enkel roken op de campus buiten de gebouwen voor de dagcursussen of na
18.30u. en dit enkel op de per vestigingsplaats aangeduide plaatsen.
3.4
Alcohol & drugs
Het gebruik van alcoholhoudende dranken en
andere drugs is verboden.
Wanneer het overeengekomen signaal klinkt,
begint de ontruiming van de gebouwen onder leiding van de leerkrachten.
Volgende richtlijnen moeten gevolgd worden:
• verlaat het lokaal met je leraar
• blijf samen
• blijf kalm
• verlaat het gebouw langs de dichtstbijzijnde
trap of uitgang
• keer nooit terug
In elke
vestiging van een onderneming of in elke school is een dienst Preventie en
Bescherming (Veiligheid en Bescherming) werkzaam.
Deze dienst wordt opgericht door de werkgever en werkt centraal voor alle
afdelingen.
De dienst wordt geleid door een preventieadviseur. In de onderwijsinstelling
zelf is een contactpersoon werkzaam. In ons CVO is dit Luc Callaert: luccallaert@telenet.be.
Door het
onderwijscontract verbindt het centrum zich om in te staan voor de veiligheid
van de cursisten.
De cursist engageert
zich tot het opvolgen van de veiligheidsvoorschriften die door de leerkrachten
en/of de centrumverantwoordelijken worden gecommuniceerd. Bij inschrijving
ontvangt de cursist de richtlijnen van toepassing bij evacuatie. De procedure
hiertoe wordt tijdens één van de eerste lessen gedemonstreerd.
Om diefstal en beschadiging te voorkomen
mogen cursisten hun persoonlijke spullen en andere waardevolle voorwerpen nooit
onbeheerd achterlaten in gangen of lokalen. Het CVO kan niet aansprakelijk
worden gesteld voor het verlies van voorwerpen, voor diefstal of voor
beschadigingen.
Een cursist die materiaal beschadigt of ontvreemdt, zal hiervoor verantwoordelijk
worden gesteld.
Parkeren kan in de onmiddellijke omgeving van
het schooldomein met uitzondering van onze vestigingsplaats KA Geraardsbergen
waar parkeren op de parking van de school mogelijk is.
3.9
Verzekering
De
schoolverzekering dekt ongevallen (enkel lichamelijk schade) die zich voordoen
binnen de gebouwen waar het CVO cursussen inricht, tijdens uitstappen
georganiseerd door het CVO en eventueel op de weg van huis naar school en
omgekeerd, op voorwaarde dat de kortste weg wordt gevolgd en binnen het normaal
tijdsgebruik valt.
Ieder ongeval dient onmiddellijk en uiterlijk de volgende werkdag ter kennis
worden gebracht aan de directeur, samen met namen van getuigen en
verantwoordelijken voor het ongeval.
Afwezigheid van
leerkrachten wordt indien mogelijk via e-mail of telefoon meegedeeld aan de
cursisten.
Handboeken en syllabi worden te koop
aangeboden en kunnen contant (enkel NT2), via Bancontact, via overschrijving of
met opleidingscheques betaald worden.
3.12
Kledij en
voorkomen
Persoonlijke smaak en overtuiging worden door ons centrum positief
gewaardeerd. Echter, provoceren of de vrijheid van anderen belemmeren mag niet
de bedoeling zijn. Daarenboven mogen noch de eigen veiligheid of gezondheid,
noch die van anderen in het gedrang komen.
In andere gevallen zal de directeur of de betrokken leerkracht naargelang van
het geval het dragen van hoofddeksels, sieraden, losse kledij, sjaaltjes en
dergelijke meer verbieden.
4.1.1
Periode
Voor het secundair
volwassenenonderwijs is er per module een evaluatie: de laatste lesdag van de
module. Voor de taalopleidingen en NT2 is er een mondelinge en schriftelijke
bevraging van toepassing. De opleidingen toepassingssoftware worden enkel
praktisch getoetst.
De laatste lesdag van
de module valt samen met het examenmoment voor het hoger beroepsonderwijs. Bij
het begin van de module en voor het verstrijken van 1/3 van de georganiseerde
lestijden, communiceren de leerkrachten of zij de leerstof mondeling,
schriftelijk of beide bevragen. Ook informeren zij de studenten met betrekking
tot de locatie. Voor het hoger beroepsonderwijs kan een tweede evaluatie
voorzien worden.
4.1.2
Organisatie van de evaluatie
De vorm, de
inhoud, de praktische organisatie, het deliberatiemoment, de regeling van de
bijkomende proeven en de wijze van bekendmaking van de resultaten van de
evaluatie zijn als volgt: cf. examenreglement Hoger Onderwijs.
De
evaluatiecommissie kan in bijzondere gevallen en op vraag van de cursist of de
docent een individuele wijziging van de evaluatiemodaliteiten toestaan. Deze
worden in het dossier van de cursist opgenomen en schriftelijk aan de cursist
meegedeeld.
4.1.3 Deelname
aan de evaluatie
Deelname is mogelijk
voor elke regelmatige cursist die alle kosten verbonden aan de inschrijving
voldaan heeft en akkoord is met het centrumreglement en het agogisch project
van het CVO. Niet-regelmatige cursisten kunnen enkel mits voorafgaande
schriftelijke toestemming van de directeur toegelaten worden tot deelname aan
de evaluatie.
De cursist moet zich
houden aan de richtlijnen met betrekking tot de praktische organisatie van de
evaluatie.
In geval van
gewettigde afwezigheid of overmacht kan op schriftelijke vraag van de cursist,
de directeur beslissen de evaluatie te verplaatsen. De vraag van de cursist dient
samen met de bewijsstukken uiterlijk de 3e dag na het tijdstip van de evaluatie
tegen ontvangstbewijs bij de directeur van het CVO ingediend te worden.
Tegen de beslissing van de directeur kan geen beroep aangetekend worden.
Elke cursist heeft na
de deliberatie inzagerecht in de door hem of haar afgelegde proeven, na
afspraak met de directeur of een andere verantwoordelijke.
4.1.4 Vrijstellingen
De evaluatiecommissie
kan beslissen vrijstelling te verlenen voor een deel van een opleiding of module.
De vrijstelling geldt zowel voor het volgen van de lessen als voor de evaluatie
of een gedeelte van de evaluatie en betekent mogelijk een studieverkorting. De
aanvraag dient schriftelijk te gebeuren met de nodige stavingdocumenten en
motivering. De evaluatiecommissie kan beslissen een vrijstellingsproef te
organiseren bij ontstentenis van stavingdocumenten. Tegen de beslissing van de
evaluatiecommissie kan geen beroep aangetekend worden.
4.1.5 Evaluatie
De stemgerechtigde
leden van de evaluatiecommissie van een cursus zijn: de directeur (voorzitter)
of zijn afgevaardigde, de opleidingscoördinator en de docent(en). Elke
stemgerechtigd lid heeft één stem.
De stemgerechtigde
leden van de evaluatiecommissie van een studietraject (= het geheel van de opleidingsonderdelen)
zijn: de directeur (voorzitter) of zijn afgevaardigde, de opleidingscoördinator
(cf. trajectbegeleider) en één of
meerdere docenten (op uitnodiging van de directeur). Elk stemgerechtigd lid
heeft één stem. De directeur kan bijkomend andere leden tot de deliberatie
toelaten. Deze zijn niet stemgerechtigd.
De evaluatiecommissie
beslist of een cursist geslaagd of niet-geslaagd is wanneer hij 50% van het
totaal toe te kennen puntenaantal heeft behaald.
De evaluatiecommissie
kan volgende vermeldingen toekennen bij het behalen van een diploma:
voldoening, onderscheiding, grote onderscheiding, de grootste onderscheiding.
De evaluatiecommissie
kan beslissen een bijkomende proef (herexamen) toe te staan en de modaliteiten
daarvan te bepalen.
De leden van de
evaluatiecommissie behouden het geheim van de beraadslagingen.
De evaluatiecommissie
is bevoegd voor alles wat niet expliciet inzake evaluatie in dit reglement
vermeld staat.
4.1.6 Fraude
Wie betrapt wordt op
fraude wordt zo snel mogelijk gehoord door de voorzitter van de
evaluatiecommissie die volgend op dit onderhoud een beslissing neemt.
4.1.7 De ombudsdienst - beroep tegen uitspraak van
de evaluatiecommissie
De ombudsdienst wordt
bij het begin van het schooljaar aangeduid door de directeur en bekendgemaakt:
Jeroen D’Hondt.
De ombudsdienst
treedt op als bemiddelaar tussen cursist en evaluatiecommissie. De ombudsdienst
onderzoekt alle klachten i.v.m. de evaluatieregeling, het verloop van de
evaluaties en de deliberatie.
De ombudsdienst heeft
het recht aanwezig te zijn op de deliberatie en alle nodige inlichtingen te
vragen over de evaluaties aan de leden van de evaluatiecommissie, zowel voor
als tijdens de deliberatie. Hij/zij is gehouden tot het geheim van de beraadslagingen.
De ombudsman is in géén geval stemgerechtigd lid van de evaluatiecommissie.
Indien een cursist
tijdens of onmiddellijk na een evaluatie meent dat er onregelmatigheden zijn
gebeurd, dan kan hij/zij tot drie werkdagen na de evaluatie klacht indienen bij
de ombudsdienst. De voorzitter van de evaluatiecommissie of zijn afgevaardigde
stelt een onderzoek in en kan beslissen de evaluatie of een deel van de
evaluatie te laten overdoen. Deze procedure moet binnen drie werkdagen na
indiening van de klacht afgehandeld zijn.
Bij betwisting van
een beslissing van de evaluatiecommissie moet de cursist binnen drie werkdagen
bezwaar indienen. De beroepsprocedure tegen de beslissing van de
examencommissie wordt verder beschreven.
4.1.8 Open Leercentrum
Openingstijden
ad valvas bekendgemaakt in de gebouwen van het Huis van het Nederlands waar de
cursussen NT2 doorgaan.
4.1.9 Inspraak en inzagerecht
De cursist
heeft het recht volgende documenten in te zien:
- het individuele cursistendossier dat
alle relevante informatie omvat. Dit recht vervalt echter als het beroepsgeheim
dit niet toelaat of als er zeer ernstige tegenindicaties bestaan.
We vragen hiervoor een afspraak met
de directeur te maken.
- de verbeterde schriftelijke kopijen
van toetsen, proeven en examens.
4.1.10
Studiebewijzen
Het centrum reikt attesten, getuigschriften,
diploma’s, certificaten en deelcertificaten uit.
4.2
Elke cursist heeft recht op een
eerlijke beoordeling.
Beroepsprocedure tegen de beslissing
van de examencommissie.
Als de cursist de
beslissing van de evaluatiecommissie niet kan aanvaarden kan hij ten laatste op
de derde werkdag na de bekendmaking van de beslissing zijn bezwaren bekend
maken. Dit kan via een persoonlijk onderhoud met de voorzitter van de
evaluatiecommissie (of zijn afgevaardigde). De datum van het onderhoud wordt
schriftelijk meegedeeld. Tijdens dit onderhoud zal de cursist inzage krijgen in
het dossier en worden de elementen aangegeven die geleid hebben tot de genomen
beslissing. Er zijn drie mogelijkheden:
- De cursist is ervan overtuigd dat de
evaluatiecommissie de juiste beslissing heeft genomen en dan is de betwisting
van de baan. De betwisting wordt ingetrokken.
- De voorzitter van de
evaluatiecommissie (of zijn afgevaardigde) meent dat de cursist redenen
aandraagt die het overwegen waard zijn.
In
dit geval roept hij de evaluatiecommissie zo spoedig mogelijk opnieuw bijeen en
wordt de aangevochten beslissing opnieuw overwogen. De evaluatiecommissie kan
dan ofwel haar beslissing herzien en dan is het probleem opgelost, ofwel haar
beslissing handhaven en dan blijft het probleem bestaan. Als de
evaluatiecommissie opnieuw bijeenkomt, zal deze het resultaat van de bespreking
schriftelijk en gemotiveerd aan de cursist meedelen, ongeacht het resultaat van
de deliberatie.
- De voorzitter van de
evaluatiecommissie (of zijn afgevaardigde) meent dat de aangebrachte elementen
geen nieuwe bijeenkomst van de evaluatiecommissie noodzakelijk maken. Dit wordt
dan gemotiveerd aan de cursist meegedeeld. Wanneer de cursist het daarmee
oneens is en de genomen beslissing onjuist vindt, blijft de betwisting bestaan.
4.2.2
Beroep
Als de betwisting blijft bestaan, kan de
cursist binnen een termijn van drie werkdagen na de betekening van de betwiste
beslissing via de directeur schriftelijk beroep aantekenen bij de
beroepscommissie.
De beroepscommissie bestaat uit (minstens
drie leden):
-
de
directeur;
-
drie
personeelsleden aangewezen door de algemeen directeur. Zij maken geen deel uit
van de evaluatiecommissie die de betwiste beslissing nam.
De algemeen directeur kan ook een beroep
doen op een lid van de Pedagogische Begeleidingsdienst. De adviseur-coördinator
wijst het lid aan dat van de beroepscommissie deel uitmaakt.
4.2.3
Advies van de beroepscommissie
Vooraleer de beroepsprocedure kan worden
opgestart, moet gebruik gemaakt worden van het recht op overleg met de
voorzitter van de evaluatiecommissie (of zijn afgevaardigde). De
beroepscommissie beraadslaagt geldig als tenminste drie leden aanwezig zijn. In
het belang van het onderzoek kan ze om het even wie horen. De beroepscommissie
motiveert haar adviezen en deelt ze mee aan de algemeen directeur.
De algemeen directeur beslist of de
evaluatiecommissie al dan niet opnieuw moet samenkomen.
-
Moet
de evaluatiecommissie niet opnieuw samenkomen, dan deelt de algemeen directeur
dit onmiddellijk schriftelijk en gemotiveerd mee aan de cursist.
-
Moet
de evaluatiecommissie wel opnieuw samenkomen, dan moet zij een definitieve
beslissing nemen binnen een termijn van tien schooldagen na de beslissing van
de algemeen directeur. Deze beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de
cursist meegedeeld.
4.2.4
Annulatieberoep
Als de beroepsprocedure binnen het GO!
onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap is uitgeput, kan de cursist evenwel een
annulatieberoep of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij de
Raad van State indienen binnen een termijn van zestig kalenderdagen nadat de
cursist kennis nam van de beslissing van de algemeen directeur, respectievelijk
van de klassenraad.
De procedure heeft geen opschortende
werking. Dit betekent dat de beslissing waarmee de cursist het niet eens is,
onmiddellijk uitgevoerd kan worden.
Een goede samenwerking tussen cursist en
personeel van het CVO is een noodzakelijke voorwaarde voor een vlot
functioneren. Als deze samenwerking niet volgens de afspraken verloopt, kan het
CVO passende maatregelen nemen.
Als het ordentelijk verstrekken van het
onderwijs gehinderd wordt, zal het centrum de cursist ertoe aanzetten zijn
gedrag te verbeteren en aan te passen. Hieronder vindt je een overzicht van de
mogelijke ordemaatregelen.
|
Ordemaatregelen die zowel door de
directeur als door alle leerkrachten kunnen genomen worden. |
|
|
een
waarschuwing |
mondeling |
|
een vermaning |
per brief |
|
tijdelijke verwijdering uit de les |
tot het einde van de les |
|
Ordemaatregelen die enkel door de
directeur kunnen genomen worden |
|
|
begeleidingsovereenkomst |
Dit gebeurt schriftelijk. Cursisten die
herhaaldelijk in de fout gaan, krijgen een contract waarin omschreven wordt
wat uitdrukkelijk van de cursist wordt verwacht en wat de gevolgen zijn van
het niet naleven van de bepalingen. Het contract heeft een beperkte duur,
wordt geregeld geëvalueerd en leidt uiteindelijk al dan niet tot het opstarten
van de tuchtprocedure. |
|
preventieve schorsing |
Dit gebeurt schriftelijk. De directeur kan
een cursist voorlopig uit het CVO sluiten als de feiten een dergelijke omvang
aannemen dat men er zelfs aan denkt hem/haar later definitief uit het CVO te
verwijderen. |
Binnen de drie les
Tegen een ordemaatregel kan geen beroep
aangetekend worden.
De directeur kan een tuchtmaatregel nemen als het gedrag werkelijk een
gevaar vormt voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs en/of de
verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject in het gedrang brengt. Als hij
de definitieve uitsluiting overweegt, wint hij eerst het advies in van de betrokken
leerkrachten.
De directeur zal dus slechts tuchtmaatregelen nemen als de maatregelen
van orde geen effect hebben of bij zeer ernstige overtredingen. Hieronder
vallen overtredingen zoals opzettelijk slagen en verwondingen toebrengen,
opzettelijk essentiële veiligheidsregels overtreden, opzettelijk en blijvend de
lessen en activiteiten storen, zware schade toebrengen of diefstal plegen.
Voor elke schorsing en uitsluiting geldt dat de tuchtmaatregel altijd
pedagogisch verantwoord moet zijn en in overeenstemming met de ernst van de
feiten.
Er bestaan twee mogelijke tuchtmaatregelen.
- Een
tijdelijke uitsluiting uit de lessen van één of meer vakken behorend tot de
studiegebieden NT2, talen en toepassingssoftware voor een maximale duur van 3 lesdagen.
Een tijdelijke uitsluiting uit alle lessen HBO voor een maximale duur van 9 lesdagen.
Afwezigheden wegens tijdelijke uitsluiting als tuchtmaatregel worden van
rechtswege als gewettigd beschouwd.
- Een
definitieve uitsluiting uit het CVO.
De directeur spreekt deze maatregel uit na voorafgaand advies van de betrokken
leerkrachten.
Een definitieve uitsluiting gaat in tijdens het schooljaar en uiterlijk op 31
augustus.
Een cursist die uit het CVO verwijderd werd, kan het volgende schooljaar én het
daaropvolgende schooljaar geweigerd worden in het CVO.
Bij het nemen van een tuchtmaatregel worden in ieder geval de volgende
regels gerespecteerd:
- de
tuchtstraf moet pedagogisch verantwoord kunnen worden en in overeenstemming
zijn met de ernst van de feiten;
- de
betrokken cursist, eventueel bijgestaan door een raadsman, worden
voorafgaandelijk uitgenodigd voor een gesprek over de problemen;
- de cursist
en zijn/haar raadsman hebben het recht tot inzage van het tuchtdossier;
- deze
beslissing wordt gemotiveerd. Er wordt aangegeven waarom het gedrag van de cursist
werkelijk een gevaar vormt voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs
en/of de verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject van het CVO in het
gedrang komt;
- je wordt
vóór het ingaan van de tuchtmaatregelen schriftelijk op de hoogte gebracht van
de genomen beslissing en van de ingangsdatum ervan;
- er wordt
nooit overgegaan tot collectieve uitsluitingen.
Binnen de drie les
Alleen tegen definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel kan in beroep
worden gegaan.
6.4.1
Opstarten
van het beroep
Vooraleer de beroepsprocedure kan worden opgestart, moet gebruik gemaakt
worden van het recht op overleg met de directeur.
Het beroep moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangetekend bij de
algemeen directeur uiterlijk binnen de drie les
- De algemeen
directeur duidt de beroepscommissie aan en roept deze zo snel mogelijk samen.
- De
beroepscommissie bestaat uit drie directeurs van de scholengroep. De directeur
die de tuchtmaatregel heeft uitgesproken, maakt hiervan geen deel uit.
- De
beroepscommissie behandelt het beroep binnen een termijn van 3 lesdagen.
- De
beroepscommissie bevestigt of herziet de beslissing.
- De algemeen
directeur zal de gemotiveerde beslissing van de beroepscommissie aangetekend versturen
uiterlijk de lesdag volgend op de dag van de beslissing in beroep. De directeur
ontvangt hiervan een afschrift.
- Binnen het
GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap is er geen verder beroep meer mogelijk
tegen de in beroep genomen beslissing.
Na
uitputting van de hierboven beschreven beroepsprocedure kan je echter een
annulatieberoep of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij de
Raad van State indienen. Dit moet gebeuren binnen een termijn van zestig
kalender
Hoofdstuk 7: Klachtenprocedure
7.1 De
eerstelijnsklachtenprocedure: de klachtenprocedure van het CVO
De klachtenprocedure
van het CVO wordt gefaciliteerd vanuit de ombudsdienst van het CVO. De taak van
de ombudsdienst omvat onder meer:
-
onafhankelijke
bemiddeling ingeval van een geschil tussen cursist en docent indien het niet
rechtstreeks met de betrokken docent kan opgelost worden;
-
onderzoeken
van alle klachten i.v.m. de examenregeling, het verloop van de examens, de
deliberatie (cf. evaluatiereglement);
-
aanwezig
zijn op deliberaties en toezien op het correcte verloop ervan. De ombudsman is
in geen enkel geval stemgerechtigd.
De ombudsman verzekert
volledige discretie en zal niets ondernemen zonder de toestemming van de
cursist. Hij/zij tracht een oplossing te bekomen voor het probleem, rekening
houdend met de belangen van alle betrokken partijen.
De directeur duidt
conform het examenreglement de heer Jeroen D’Hondt aan als verantwoordelijke
voor de ombudsdienst voor schooljaar 2009-2010.
Wie een afspraak wil
maken, kan de ombudsdienst contacteren via dhondt.advodoc@telenet.be.
7.1.1 Welke klachten kunt u indienen?
Klachten kunnen gaan over de werking van het
CVO of over een concrete handeling of beslissing van een personeelslid van het
CVO.
7.1.2 Waar kunt u met uw klacht
terecht?
Je probeert eerst om
de klacht rechtstreeks met de directeur op te lossen. Klachten over de werking
van het CVO of over een concrete handeling of beslissing van een personeelslid
van het CVO kunnen gemeld worden aan de directeur van het CVO en met hem of
haar worden besproken.
Kom je na overleg met
de directeur niet tot een akkoord of handelt de klacht over het optreden van de
directeur zelf, dan kan je klacht indienen bij de algemeen directeur van de
scholengroep, die dan de behandeling van de klacht op zich neemt.
Blijf je niet
tevreden dan kan je terecht bij de Raad van Bestuur van de scholengroep.
7.1.3 Hoe dient u een klacht in?
Klachten kunnen gemeld worden via telefoon,
brief, e-mail of fax.
Opdat een klacht kan behandeld worden, mogen
de volgende gegevens niet ontbreken:
- uw naam, adres en telefoonnummer;
- wat er gebeurd is en wanneer;
- in welk CVO het gebeurd is (als je een klacht indient bij de algemeen directeur van de scholengroep).
7.1.4 Welke klachten worden niet behandeld?
- Een algemene klacht over regelgeving.
- Een klacht die betrekking heeft op feiten waarover eerder een klacht is ingediend en die al werd behandeld.
- Een algemene klacht over het (al dan niet) gevoerde beleid.
- Een klacht die betrekking heeft op feiten die langer dan één jaar voor de indiening van de klacht hebben plaatsgevonden.
- Een kennelijk ongegronde klacht.
- Een klacht waarvoor u geen belang kan aantonen.
- Een klacht over feiten of handelingen waarvoor in een georganiseerde administratieve beroepsmogelijkheid voorzien is en waarvoor deze beroepsmogelijkheid nog niet werd benut, bijvoorbeeld bij orde- en tuchtmaatregelen. Klachten over de behandeling zelf van georganiseerde administratieve beroepsmogelijkheden zijn wel mogelijk, bijvoorbeeld te lange behandeltermijnen, geen antwoord op briefwisseling, onvoldoende informatieverstrekking.
- Een klacht over een feit dat het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke procedure.
- Een anonieme klacht.
7.1.5 Hoe verloopt de behandeling van uw klacht?
Binnen een termijn
van 10 kalender
Indien de klacht niet
wordt behandeld, dan word je daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Als de klacht wel
wordt behandeld dan volgt er een onderzoek naar de gegrondheid van de klacht.
Je wordt op de hoogte gebracht van het resultaat van dit onderzoek. Een klacht
wordt afgehandeld binnen een termijn van 45 kalender
Indien
je een klacht indient tegen een bepaalde beslissing, betekent dit niet dat deze
beslissing wordt uitgesteld.
7.2 De
tweedelijnsklachtenprocedure: de ombudsdienst van het consortium
Eenmaal je de
klachtenprocedure van het centrum doorlopen hebt en indien je meent geen
voldoening te hebben gekregen met betrekking tot je klacht, dan kan je terecht
bij de ombudsdienst van het consortium: http://www.consortiumx.be/ombudsdienst.htm
Je kan je pas tot de ombudsdienst van het consortium wenden, eenmaal je
de klachtenprocedure van het centrum volledig hebt uitgeput, dit betekent dat
je de verschillende trappen hebt doorlopen, te beginnen met de directeur en
eindigend bij de Raad van Bestuur van de scholengroep; dit is dus de volledige
eerstelijnsklachtenprocedure.
Cursisten binnen een regiovreemde vestigingsplaats wenden zich tot de
ombudsdienst van het consortium waarin de vestigingsplaats zelf ligt en dus
niet tot de ombudsdienst van het consortium waartoe de hoofdzetel van de
regiovreemde vestigingsplaats behoort.
http://www.groenerand.be/index.php?n=44&id=44&taal=N
Meer informatie omtrent de opdracht
van de ombudsdienst vind je in het besluit van de Vlaamse regering betreffende
de organisatie en de werking van de ombudsdienst van de consortia
volwassenenonderwijs:
http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=14007
7.3
Klachten in verband met de Raad
van het GO! en de centrale
administratieve en pedagogische diensten
Ga je niet akkoord met een initiatief van de
Raad van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap of van de centrale
administratieve en pedagogische diensten, dan kan je een klacht indienen bij de
afgevaardigd bestuurder, Emile Jacqmainlaan 20, 1000 Brussel.
7.4
De Vlaamse Ombudsdienst & andere diensten
Je kan ook een klacht indienen bij de Vlaamse Ombudsdienst, Leuvenseweg
86, 1000 Brussel (0800-240 50).
Wie klachten heeft in
verband met discriminatie en racisme
kan terecht bij het centrum voor gelijkheid van kansen en voor
racismebestrijding op het telefoonnummer 0800-12800. Meer informatie vind je
terug op http://www.diversiteit.be.
Klachten die
betrekking hebben op de principes van zorgvuldig bestuur kunnen worden ingediend
bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur. Zorgvuldig bestuur betekent dat scholen
zich in de dagelijkse werking aan een aantal principes moeten houden:
- eerlijke concurrentie;
- verbod op politieke activiteiten;
- beperkingen op handelsactiviteiten;
- beginselen betreffende reclame en sponsoring.
Voor meer informatie
kunt u terecht op het volgend adres: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
(AGODI), Kamer
Beste cursist
Je hebt het centrumreglement doorgelezen.
Goede en duidelijke afspraken zijn nodig voor een aangenaam centrumklimaat waar elke cursist zich goed kan voelen.
Het centrumreglement is echter veel meer dan een opsomming van allerhande regeltjes.
Het is de vertaling van de cultuur binnen het CVO en het agogische project van het CVO.
Wij zijn ervan overtuigd dat cursisten leren omgaan met de diversiteit binnen onze maatschappij minstens even belangrijk is als het verwerven van kennis.
Door de ondertekening van het centrumreglement bevestig je dat je de doelstellingen, de leefregels en het agogische project van het CVO onderschrijft.
Indien je nog vragen zou hebben over dit centrumreglement kan je ons altijd contacteren voor bijkomende uitleg.
Vriendelijke groet
De directeur en het schoolteam
Stany Meskens
Ondergetekende
____________________________________________
____________________________________________
____________________________________________
Van het CVO___________________________________
Bevestigt hierbij het centrumreglement
voor het schooljaar 2009-2010 en het agogische project te ondertekenen voor
kennisneming en akkoord.
Te __________________________________________
Op (datum)
___________________________________
Handtekening